De geschiedenis van Limburg

Limburg is een provincie in het zuiden van Nederland. Limburg is de grootste en meest zuidwestelijke provincie van het land. De provincie is genoemd naar de stad Limburg an der Lahn, die tot 1839 de hoofdstad was. Limburg werd in 1839 een provincie van het Koninkrijk der Nederlanden. In 1920 werd Limburg opnieuw gesticht als een provincie van Nederland.

Limburg is een dunbevolkte provincie met slechts 1,1 miljoen inwoners in 2018. Het gebied van de provincie is 2.265 km² groot, wat neerkomt op 50 inwoners per km². Het landschap van Limburg is erg heuvelachtig en bosrijk. In het noorden liggen de Maasvlakte en het Nationaal Park Hoge Veluwe. In het zuiden liggen de Ardennen en het Nationaal Park Eifel.

De economie van Limburg is sterk verbonden met toerisme en industrie. De belangrijkste industrieën zijn chemie, textiel, voedselverwerking en ICT. Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten voor de provincie, met name in de zomermaanden. Er zijn vele bezienswaardigheden in Limburg, waaronder kastelen, musea en natuurparken.Limburg is een gewest in België. Het grenst aan Nederland en het Groothertogdom Luxemburg. Het gewest heeft een oppervlakte van 2.413,10 km² en telt 1.132.859 inwoners (1 januari 2016). De hoofdstad is Hasselt.

Limburg wordt soms ook beschouwd als de zuidelijkste provincie van Nederland, en soms zelfs als een apart land. Dit komt mede door het feit dat het vroeger een onafhankelijke hertogdom was, met eigen wetten en een eigen munteenheid.

De naam Limburg komt van het Germaanse woord “lintborch”, wat “land aan de rivier” betekent. Dit verwijst naar de Maas, die door het gebied stroomt.

In 1066 werd Limburg door Willem I van Holland veroverd, maar in 1167 werd het weer onafhankelijk. In 1366 werd het hertogdom opgenomen in het Keizerrijk, en in 1794 werd het door Frankrijk bezet. In 1815 werd Limburg weer onderdeel van Nederland, maar in 1830 kwam het bij België te liggen.